Het Scheveningse Volkszeebad
CONCEPT
Het is al weken mooi weer in Nederland. Menigeen geniet ervan en zoekt regelmatig verkoeling aan de Haagse stranden en neemt dan een verfrissende duik in zee. Een heerlijke vrijetijdsbesteding. Veel strandbezoekers met een ruim gevulde beurs gingen 125 jaar geleden niet zozeer voor het plezier te water, maar meer voor de gezondheid. In die tijd dachten artsen dat het gezond was zeebaden te nemen en zeewater te drinken. Vermogende mensen verbleven soms weken aan de Scheveningse kust om te kuren in één van de chique hotels als het Kurhaus of het Palace Hotel. Zij gingen dagelijks te water in een badkoets van waaruit ze ongezien in zee konden plonzen. Je kon je omstreeks 1890 namelijk echt niet op het strand vertonen in badkleding, dat was volstrekt ‘not done’! Lang niet iedereen kwam naar het strand om te kuren. Voor anderen lokte ook toen de duik in zee op een mooie zomerdag. Maar het Luxebad bij de hotels was voor velen te duur. De ondernemende Scheveninger Th. Kuikhoven zag een gat in de markt en opende in 1894 in de buurt van het vissersdorp een Volkszeebad voor de minder vermogende mensen die ook graag een zeebad wilden nemen. Hij startte zijn onderneming met drie grote badwagens met ieder tien compartimenten, waarin groepen badgasten onder begeleiding te water konden gaan. Bij Kuikhoven was het een stuk goedkoper baden dan in het Luxebad, waar het goedkoopste tarief 45 cent was. Omgerekend naar nu betaalde men in de badplaats destijds ongeveer zes euro voor een luxe zeebad. In het Volkszeebad kostte een verfrissende duik in zee slechts tien cent. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het Volkszeebad een groot succes werd. De officiële opening vond plaats op zondag 16 juli 1894. Als reclame reden dat weekend vier grote, met vlaggen versierde badwagens door Den Haag. Die eerste zondag namen meteen 300 mannen een zeebad. Voor vrouwen waren er dat eerste jaar geen voorzieningen, maar die werden het jaar daarop, in 1895, gerealiseerd. Mannen en vrouwen baadden strikt gescheiden. Overigens leek het nemen van een zeebad veel meer bij de mannen dan bij de vrouwen aan te slaan. De Telegraaf van 17 augustus 1897 liet de lezers weten dat er in één week tijd 2766 baden waren genomen, waarvan 2135 door mannen en 631 door vrouwen. Hielden vrouwen omstreeks 1900 minder van zwemmen dan mannen? Dat is niet aannemelijk. De verklaring voor het verschil in aantallen mannelijke en vrouwelijke zwemmers ligt waarschijnlijk in het prijsverschil. Het vrouwenbaden was namelijk veel duurder dan het mannenbaden. In de Haagsche Courant van 16 juli 1900 staat dat het Volkszeebad om vijf uur ’s morgens openging. Als de heren tussen vijf en negen uur ’s morgen een zeebad namen kostte dat vijf cent. De rest van de dag betaalden ze een dubbeltje. Vrouwenbaden kostten, ongeacht het tijdstip, twintig cent en als daar nog een badkostuum bij gehuurd moest worden, dertig cent. De populariteit van het Volkszeebad groeide en steeds meer mensen maakten er gebruik van. In 1916 was het zo druk geworden en waren de voorzieningen zo matig dat de Gezondheidscommissie van de gemeente Den Haag zich ermee ging bemoeien. Volgens voorzitter H.L. Drucker was er veel mis met de exploitatie en hij stelde voor van gemeentewege de reorganisatie van het Volkszeebad ter hand te nemen en vervolgens de exploitatie over te nemen. In 1919 is dit advies opgevolgd. Vanaf toen was het ook mogelijk om gemengd te baden. De badkoetsen werden inmiddels gebruikt als kleedhokjes, uitgifteloketten én als mobiel huisje voor de badmeester die, als een umpire bij een tenniswedstrijd, in een verhoogde stoel in de branding de zwemmers in de gaten hield. Het Volkszeebad en het Luxebad hebben tot eind jaren zestig bestaan naast de openbare stranden. De meeste badgasten waren toen, net als nu, meer met zonnebaden dan met zeebaden bezig.