Met de nieuwe serie 'Geloven in verandering' legt het Haags Gemeentearchief de belangrijke Haagse plekken van religie vast, die – vooral de afgelopen decennia - van aard of bestemming zijn veranderd. Maar hoe zit het eigenlijk, met de religieuze ontwikkeling van onze stad? 

1910, Willem III straat, achterzijde van de Abdijkerk

De christelijke geschiedenis heeft een eeuwenlange traditie in Den Haag. De oudste kerk staat in Loosduinen. Omstreeks 1200 werd daar een grafelijke kapel gesticht, die zou uitgroeien tot de Abdijkerk.

Acht eeuwen geleden werd op de plaats waar nu de Grote Kerk staat een kapelletje gesticht. In de eeuwen daarna groeide de stad en kwamen er nieuwe rooms-katholieke kerken bij. Ook het politieke belang van de stad nam toe, wat blijkt uit de vergadering in 1456 van de ridders van de Orde van het Gulden Vlies onder leiding van hertog Filips de Goede (1396-1467) in de Grote Kerk in Den Haag. Hij had de ridderorde gesticht om zich te verzekeren van de steun van de edelen en van de katholieke kerk, want de staat en het katholicisme waren in die tijd nauw met elkaar verweven.

De Beeldenstorm en de Reformatie

Aan de politieke en religieuze dominantie van de katholieke kerk kwam in 1566 een einde. Tijdens de Beeldenstorm haalden protestanten de relikwieën uit de katholieke kerken en vernielden deze. Ook vele heiligenbeelden in de kerken werden van hun sokkels gehaald en tot puin geslagen. De Reformatie van de 16de eeuw was een reactie op misstanden in de rooms-katholieke kerk. Reformatoren als Luther en Calvijn bekritiseerden de katholieke leerstellingen, zoals de onfeilbaarheid van de paus, de heilige beelden in de kerk, de aflaten (het afkopen van zonden) en de biecht. De Reformatoren kenden het hoogste gezag toe aan de tekst van Bijbel.

In de 17de-eeuwse Republiek werd alleen de gereformeerde kerk toegestaan. Er was vrijheid van geloof, maar katholieken mochten geen zichtbare kerken bouwen: zo ontstonden de katholieke schuilkerken.  

De komst van de Portugese Joden: 17e eeuw

Eind zeventiende eeuw immigreerden Portugese Joden naar Den Haag, waar zij hun eigen geloofsgemeenschap stichtten. Ze werden vooral aangetrokken door de geloofsvrijheid in de Republiek; Joodse synagogen werden van overheidswege getolereerd. Joden namen deel aan het niet-Joodse culturele leven in de stad, maar bleven toch een aparte groep. 

Aan het einde van de 17de eeuw kwamen ook Joden uit Oost-Europa naar Den Haag. Zij waren op vlucht voor oorlogen en vervolging. Vanaf de 19de eeuw groeide deze groep Joden sterk. De meesten vestigden zich in de Joodse buurt van Den Haag en in de 20ste eeuw in Scheveningen.

Scheiding van kerk en staat: de Franse Revolutie en de Franse tijd

De Franse revolutie in 1789 had gevolgen voor Nederland, dat gedurende 1794 tot 1814 door Frankrijk was bezet. Tijdens de Bataafse Republiek werden alle geloofsgemeenschappen bij wet (Staatsregeling 1798) gelijkgesteld, zodat de bevoorrechte positie van de Nederduits Gereformeerde Kerk (later de Nederlands Hervormde Kerk) verviel.

Het gevolg was de scheiding van kerk en staat, een langdurig proces dat tijdens de 19de eeuw plaatsvond. Onder het bewind van Napoleon werd in 1811 de burgerlijke stand ingevoerd. De overheid, en niet de kerken, hield voortaan de bevolkingsregistratie bij (geboorte, huwelijk en overlijden).

De verzuiling eind 19de eeuw

De verzuiling ontstond aan het eind van de 19de eeuw toen het protestantse volksdeel, geleid door Abraham Kuyper (1837-1920), op eigen wijze vorm wilde geven aan hun religieuze leven. Kuyper wenste de Nederlandse Hervormde Kerk van binnenuit te herstellen, maar ontmoette weinig begrip. Hierdoor leidde de actie van Kuyper tot een nieuwe groep kerken: de (Verenigde) Gereformeerde Kerken in Nederland. Eind 2003 zijn deze kerken, samen met de oudere Nederlands Hervormde Kerk samengegaan in de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland. De katholieken, de liberalen en de socialisten richtten eigen organisaties op. Nederland werd een verzuilde samenleving, waarin kerkbezoek voor katholieken en protestanten vanzelfsprekend was. Die ontwikkeling werd gevolgd door de kleine Joodse bevolkingsgroep.

De bezetting 1940-1945

Het grote breekpunt in de twintigste eeuw was de Duitse bezetting (1940-1945) waaraan de crisisjaren voorafgingen. Het grootste deel van de Joodse gemeenschap werd vermoord in concentratie- en vernietigingskampen. De overlevenden konden na de bezetting niet alle synagogen onderhouden, zodat er andere bestemmingen voor moesten worden gezocht. De oude synagoge in de Wagenstraat is sinds 1981 de moskee van de Turkse gemeenschap.

Migratie, verandering en geloven

De belangrijkste naoorlogse veranderingen werden veroorzaakt door migratie, die in vier, zich snel opvolgende fasen plaatsvond.

Dekolonisatie

De eerste impuls werd veroorzaakt door de dekolonisatie. Nadat Indonesië in 1949 onafhankelijk werd, kwamen veel Indische Nederlanders naar Den Haag. In de jaren zeventig trokken veel inwoners van het koninkrijksdeel Suriname naar Nederland, met name voor de onafhankelijkheid in 1975. Ook volgden bewoners van de Nederlandse Antillen. Zij namen hun cultuur en geloof mee.

 Arbeidsmigratie

De tweede impuls was de arbeidsmigratie. In de jaren zestig ging de Nederlandse overheid eerst in Italië en Spanje 'gastarbeiders' werven, daarna in Marokko en Turkije. Vanaf de jaren tachtig kwamen er ook meer multinationale bedrijven met ‘expat’-werknemers naar Den Haag, waar van oudsher ambassades, diplomaten, internationale organisaties en bedrijven zijn gevestigd.

Politieke ontwikkelingen

De derde impuls waren de politieke ontwikkelingen in Europa aan het eind van de twintigste eeuw. Na de toetreding in 2004 tot de Europese Unie van Oost-Europese landen zoals Polen en Bulgarije vonden veel Oost-Europese burgers hun weg naar Den Haag.

Internationale politieke crises

De vierde aanleiding voor migratie vormden de internationale politieke crises in de 21ste eeuw. In 2015 ontvluchtten velen het oorlogsgeweld in het Midden-Oosten, met name Syrië, en vestigden zich onder meer in Den Haag.

Diversiteit

In 1960 was ruim 80 procent van de Nederlandse bevolking rooms-katholiek of protestants. Tegenwoordig behoort een meerderheid van de Nederlanders niet meer tot een traditionele kerk, maar tegelijkertijd zijn er geloofsgemeenschappen ontstaan die het begrip religie op een nieuwe manier invullen. Het resultaat van die ontwikkeling zien we vandaag de dag terug in de enorme diversiteit van de religieuze gemeenschappen in Den Haag.


Leuk artikel? Volg dan onze serie 'Geloven in verandering' of lees een van de andere verhalen van de stad.