Lezing: De Haagse zedenpolitie tijdens de Tweede Wereldoorlog (16+)
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Den Haag een garnizoensstad met een permanente aanwezigheid van zo’n 5.000 Duitse soldaten. Deze militairen konden in uitgaansgelegenheden rekenen op veel belangstelling van Haagse vrouwen.
Duitse militairen marcheren op het Plein. Op de achtergrond de ingang van de Korte Houtstraat, 1940.
Vleeschelijke gemeenschap
Het aantal onderzoeken in Haagse ziekenhuizen voor vaststelling van geslachtsziekten steeg tijdens de oorlog dan ook spectaculair. Na een positieve test wezen soldaten bij de Feldgendarmerie de vrouwen aan met wie zij ‘vleeschelijke gemeenschap’ hadden gehad. De Haagse zedenpolitie escorteerde daarop op last van de Duitsers vele duizenden Haagse vrouwen naar het ziekenhuis, waar zij een verplicht inwendig onderzoek ondergingen op genococcen.
Gedwongen verpleging
Vanaf april 1941 assisteerde de Haagse zedenpolitie bovendien de Feldgendarmerie bij het organiseren van tientallen razzia’s waarbij minstens 2.800 Haagse vrouwen uit restaurants en bars werden geplukt voor inwendig onderzoek. Als een vrouw hierop geslachtsziek bleek, werd zij wekenlang gedwongen verpleegd in een noodziekenhuis op de Bezemstraat.
Ziekenzaal vrouwenafdeling ziekenhuis De Volharding, 1939.
Vervolging en verzet
Bij vaststelling van neurosyfilis liepen Haagse vrouwen het risico om afgevoerd te worden naar de concentratiekampen Oosterhesselen (Drenthe) of Sachsenhausen, waar nazi-artsen medische experimenten op hen uitvoerden. Historicus Stefan Kras schetst op basis van de dagjournalen van de Zedenpolitie het verloop van de vervolging van deze Haagse vrouwen tijdens de oorlog en het verzet van vrouwen tegen dit Duits-geïnspireerde geweld.