Met hulp van het publiek is de zaak ‘Wie is deze man?’ opgelost. Chris Triep wist ons te vertellen dat het iemand van de Filmdienst van de Binnenlandse Strijdkrachten moest zijn. Daarna mailde Eric Guicherit dat het ging om kapitein Jan Bouman. Maar wie was deze Jan Cornelis Bouman?Bouman, de man met de alpinopet | fotograaf onbekend |1945

Toonder-Bouman-studio

Jan Cornelis Bouman is geboren op 6 mei 1912 in Rotterdam en bezocht daar de Willem de Kooning Academie. Wat hij daarna deed is onbekend, maar wat we wel weten is dat Bouman de zakelijk partner werd van zijn oud-studiegenoot Marten Toonder, de schepper van Olivier B. Bommel en Tom Poes. Samen vormden ze in 1943 de Toonder-Bouman-studio die zich had losgemaakt van de Geesink-Toonderstudio die Toonder in 1942 samen met Joop Geesink had opgericht.

Duitse opdrachtgevers

Bouman en Toonder waren in 1943 en 1944 vaak in Berlijn voor besprekingen. Toonder had daar Duitse opdrachtgevers en Bouman behartigde zijn zakelijke belangen. Hij sleepte onder andere een lucratieve opdracht in de wacht van Degeto Film, de Deutsche Gesellschaft für Ton und Film, voor het maken van een tekenfilm van de ook in Duitsland populaire stripfiguur Tom Poes.

Breuk Toonder en Bouman

Later ontstond een verwijdering tussen beide mannen. Toonder heeft zich later in zijn autobiografie zeer negatief over Bouman uitgelaten. Waarom hij dat deed is ook voor Toonders biograaf Wim Hazeu een raadsel gebleven.

Illegale filmpjes naar Engeland smokkelen

Tegen het eind van de bezetting was Bouman een van de oprichters van de illegale Film- en Fotoreportagedienst van de Binnenlandse Strijdkrachten. Leden daarvan waren onder andere de fotograaf en vormgever Paul Schuitema, Alfred Mazure, de maker van Dick Bos-strips, de latere cameraman en regisseur Leen Timp (echtgenoot van tv-presentatrice Mies Bouwman), en filmmaker Dick Laan die vooral bekend is geworden als schrijver van de Pinkeltje-boeken. Ze maakten illegale filmpjes en foto’s van Duitse activiteiten en installaties, en Bouman zorgde er vervolgens voor dat dit materiaal in Londen kwam. Hij slaagde er later ook nog in om het filmarchief van de NSB veilig te stellen dat anders verloren was gegaan.

Legerkapitein en leider van de Filmdienst

Op foto’s en filmbeelden na de bevrijding zien we Bouman in zijn hoedanigheid als legerkapitein en leider van de Filmdienst van het district Delft van de Binnenlandse Strijdkrachten. Deze dienst was in 1944 opgericht door Dick Schoenmaker, een student aan de Technische Hogeschool in Delft. Samen met andere studenten legde hij de bezetting en de bevrijding vast in zo’n 2.500 foto’s.

Weinig filmcamera’s om de bevrijding vast te leggen

Bouman was waarschijnlijk de enige man met een filmcamera in de Delftse dienst. Dick Laan was in Den Haag met zijn camera vaak bij dezelfde gebeurtenissen aanwezig als Bouman, en we zien dan ook dat Laan hem af en toe nadrukkelijk in beeld brengt.

Nederlandse Werkgemeenschap voor Filmproductie

Uit de Film- en Fotoreportagedienst van de Binnenlandse Strijdkrachten kwam na de bevrijding de Nederlandse Werkgemeenschap voor Filmproductie voort. De leiding was in handen van Multifilm-directeur E.J. Verschueren, Paul Schuitema en Lou Lichtveld. Jan Bouman werd de zakelijk leider. De Werkgemeenschap legde de basis voor de naoorlogse Nederlandse filmdocumentaire.

Buiten vervolging gesteld

Bouman moest voor de Filmzuiveringscommissie verschijnen vanwege zijn activiteiten in Duitsland. Belangrijke getuigen die hem hadden kunnen ontlasten werden echter niet verhoord. Ondanks zijn aantoonbare verzetsdaden werd hij voor een jaar geschorst als filmmaker. Hangende het aangetekende beroep tegen de schorsing nam Bouman ontslag uit de Legerfilmdienst. In 1948 werd Bouman onvoorwaardelijk buiten vervolging gesteld.

Vertrek naar Zweden

Niettemin besefte Bouman dat zijn aanzien in de filmwereld in Nederland teveel beschadigd was. Hij zocht zijn heil in het buitenland en vertrok in 1949 naar Zweden, en ging daar psychologie te studeren. Hij hertrouwde, promoveerde na zijn afstuderen en werd medewerker aan de universiteit van Stockholm.

Bij een geruchtmakende moordzaak in 1966 in Zweden, waarbij een jonge Nederlander gewurgd werd, kwam hij in het nieuws door zijn optreden in een programma op de Nederlandse radio. Daar verkondigde hij, zonder daarvoor bewijzen aan te voeren, dat het slachtoffer verkeerd en zonder menselijke gevoelens was opgevoed en “een homoseksuele geperverteerde knaap was, die een masochistische medespeler van de daders” was geweest.
Bouman zette zich in 1967 in voor de vrijlating van de Griekse oud-premier Andreas Papandreou en de zanger Mikis Theodorakis die beiden na de staatsgreep door kolonels gevangen waren gezet.

Overlijden, opzet of ongeval?

Op 19 november 1978, 66 jaar oud, overleed Bouman op een boot van Stockholm naar Götenborg aan een overdosis barbituraten in combinatie met overmatig alcoholgebruik. In zijn overlijdensadvertentie stond dat hij na een “ongeval” is overleden, maar of er sprake was van opzet of inderdaad een ongeval is nooit helemaal duidelijk geworden.