Uw zoekacties: Notarieel archief Den Haag
0372-01 Notarieel archief Den Haag
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

Zoektermen: trefwoord:Notariaat
beacon
 
 
Index op persoonsnamen 1597-1670
Index op persoonsnamen 1671-1811
Inleiding
Ingevolge de bevoegdheid in het Koninklijk Besluit van 23 augustus 1907 (Staatsblad no. 237), gegeven aan gemeenten, die aan zekere voorwaarden voldoen, om de archieven van de notarissen, die hun standplaats binnen die gemeenten gehad hebben, van het Rijk in bewaring te ontvangen, heeft de gemeente 's-Gravenhage in november 1910 alle archieven van op haar toenmalig grondgebied geresideerd hebbende notarissen over de jaren 1597-1811 op haar verzoek in bruikleen ontvangen. In oktober 1926 werden daarna op dezelfde wijze krachtens Koninklijk Besluit van 28 augustus 1919 (Staatsblad no. 546) verkregen de archieven van 1811-1842.
De indeling van deze inventaris is gemaakt naar de chronologische volgorde van de admissiën van de notarissen door het Hof van Holland. Waar de admissie niet bekend was, is de datum van creatie door de Staten van Holland en West-Friesland vermeld. In de enkele gevallen dat beide onvindbaar bleken, werd de notaris ingevoegd volgens den datum van de eerst aanwezige akte in zijn protocol.
Een uitzondering moest worden gemaakt voor de eerste 860 nummers. Deze toch zijn geheel of gedeeltelijk op de persoonsnamen geklapperd. Aan het veranderen van de vele duizenden fiches, die naar deze nummers verwijzen, kon niet worden gedacht. Slechts wanneer de plaats van admissie niet Den Haag was werd deze aangegeven.
In de registers van de notarissen, door het Hof van Holland geadmitteerd, vertoonden de namen soms afwijkingen van die in de protocollen van de betrokken notarissen. Deze zijn, tussen haakjes geplaatst, aangegeven.
Onder de akten, die niet in notariële vorm zijn verleden, komen vele verkoop- of veilingsconditiën, Engelse procuraties en wisselprotesten voor. Slechts dan, wanneer de notaris zelf ze van het overige protocol gescheiden had gehouden, zijn deze afzonderlijk vermeld.
Bij de beschrijving van de protocollen zijn de jaren aangegeven, waarover het protocol loopt. Viel echter het begin niet in januari of het einde in december, dan zijn bovendien de maanden vermeld.
De geschiedenis van het notariaat is uitvoerig beschreven in reeds vroeger verschenen inventarissen *  , terwijl speciaal voor Den Haag de heer Th. Morren dit onderwerp behandeld heeft *  . Weinig valt hier dan ook aan toe te voegen; een drietal punten schijnen echter belangrijk genoeg te dezer plaatse nog eens naar voren gebracht te worden. Het eerste punt betreft het aantal van de geadmitteerde notarissen. Uit een opgave, door de stad Den Haag verstrekt aan de Staten van Holland en West-Friesland voor een dagvaart, die in het jaar 1594 in de maand maart werd gehouden, blijkt, dat 22 notarissen er praktijk uitoefenden, doch dat een achttal voldoende werd geacht. Den Haag overtrof in dit opzicht toen alle andere steden.
Herhaalde klachten vindt men over dit te grote aantal functionarissen, die de zaken gelijkelijk voor hun collega's en cliënten schaadden. Het euvel bleef echter door de jaren heen bestaan. Zoo vindt men nog in het jaar 1805 een notificatie van Hoofdschout en Raad van de gemeente van Den Haag, die, ten einde de voor de maatschappij nadelige gevolgen te beperken, welke voortsproten uit het onbepaalde in het getal van de Geadmitteerde notarissen, dit aantal vaststelden op 25, met de bepaling, dat daarboven geen nieuwe admissiën zouden mogen worden verleend.
Het tweede punt raakt de visitatie en overbrenging van de notariële protocollen en is merkwaardig, omdat de moeilijkheden, die zich hierbij voordeden, uitsluitend hier ter stede konden bestaan. Een resolutie van de Staten van Holland en West-Friesland van 14 maart 1765, spreekt bij de regeling van dit punt over notarissen, die met en zonder consent van den magistraat zijn aangesteld. Opvallend, want in volkomen tegenspraak is dit met de Resolutie van 27 Nov. 1608 (zie bijlage I), waarin uitdrukkelijk was bepaald, dat geen notaris zijn ambt zou mogen uitoefenen zonder toestemming van de magistraten van de steden of heren van de heerlijkheden. Dat aan deze verordening streng de hand werd gehouden, blijkt uit een keur van 28 juni 1660 (zie bijlage II), waarin den notarissen, die geen admissie van den magistraat hadden, bevolen werd in eigen persoon, binnen 14 dagen tijd "ter camere" van burgemeesteren hunne admissie om te mogen practiseren te komen verzoeken.
David Dispontijn, die zich blijkbaar aan dit bevel onttrokken had, kreeg 8 februari 1666 een interdictie om het genoemde ambt alhier 'te exerceeren, aleer hij in gevolge zijn brieven van creatie daertoe speciale akte van admissie van den magistraat zou hebben geobtineert, op straffe van arbitraire correctie; wordende den secretaris gelast zijn brieven van creatie in te houden, tot hij de voorsz. akte zou hebben geobtineerd'.
Drie jaar later moesten Burgemeesteren weer een order uitvaardigen en stelden in een keur van 30 december 1669 een boete vast van f 50 voor iedere akte, gepasseerd door een notaris, die geen admissie van den Haagschen magistraat bezat.
Hoe kwamen nu een eeuw later dan toch niet door de stedelijke overheid Geadmitteerde notarissen te 's-Gravenhage voor? Nergens vindt men, dat de bepaling ingetrokken, noch dat de controle van de Haagsche overheid verslapt zou zijn. Dit is dan ook inderdaad niet het geval. De oorzaak ligt in het feit, dat Den Haag tevens de residentie was van het Hof van Holland. De heren van het Hof en van de Schepenbank waren het veelal oneens. Onder de geschillen, die beiden gedurende bijna tweehonderd jaren verdeeld gehouden hebben, kwam langen tijd het punt van de inspectie van de notariële protocollen voor. *  Het Hof, dat geen bevoegdheid had rechten over de notarissen als zoodanig uit te oefenen, beriep er zich op, dat verscheidene dezer functionarissen suppoosten van den Hove waren. Dit geschiedde op grond van andere betrekkingen, die deze personen tevens aan het Hof vervulden. tussen de suppoosten en den magistraat bestond geen enkel rechtsverband. Het Hof vond hierin aanleiding naast den Commissaris, door den magistraat over de notarissen aangesteld, een afzonderlijken Commissaris te benoemen en te decreteren, dat de protocollen van de overleden notarissen-suppoosten niet ter secretarie van Den Haag, maar op de griffie van het Hof moesten worden gedeponeerd. Het werd een nieuwe bron van twist voor de strijdlustige rechtscolleges. Voor de Staten werd dit geschilpunt echter niet gebracht. Eerst bij de Resolutie van 14 maart 1765 (zie bijlage III) werd een artikel aan dit onderwerp gewijd. Niettegenstaande deze regeling werden de moeilijkheden echter na dien tijd nog talrijker dan te voren.
Het derde punt betreft een 'Waarschouwinge voor de notarissen' gedaan ter Kamere van Burgemeesteren van 's-Gravenhaage den 22 augustus zestien hondert vier en tachtig. * 
De waarschuwing houdt in het voorschrift, dat in alle akten, waarin op verlangen van partijen de clausule van willige condemnatie opgenomen moet worden, de overgifte van willige condemnatie, zo wel voor den gerechte van de stad als voor het Hof van Holland gesteld zal worden. Dit op boete van vier zilveren ducatons op iedere akte, gepasseerd met voornoemde clausule alleen gesteld voor het Hof.
Bijlage I: Resolutie van de Staten van Holland van 27 november 1608

Is geresolveert ende goedtgevonden, dat voortaen bij provisie, ende geduyrende tot dat eenige merckelijcke klachten daer over souden mogen komen gedaen te werden, in alle de brieven van citatiën ofte commissiën van notarissen sal gesteldt werden dese clausule: behoudelijck, dat hij de exercitie van het voorschreve notarisampt niet en sal mogen doen in eenige steden, heerlijckheden ofte ambachtsheerlijckheden van den lande van Hollandt ende West-Vrieslandt, dan met consent van de magistraten van de steden ofte heeren ofte ambachtsheeren van de plaetse ende daer van hebben akte, naer welke resolutie het formulier van de brieven of commissiën van desen dage af is gedaen rechten.
Bijlage II: Keur van de magistraat van 's-Gravenhage van 28 juni 1660

Alsoo de magistraet van 's-Gravenhage in ervaringe is gecomen, dat door de groote meenichte van de notarissen hier ter stede het notarisschap komt te vervallen, sulx dat bij het selffde ampt niet alleen qualyck yemant van de notarissen kan subsisteeren, maer oock 't ampt in groote kleynaehtingh is geraeckt, daer nochtans integendeel vandien 't selffde inder daet is ende moet werden gehouden voor een seer nootsaeckelijk ende eerlijck ampt; 't welcke omme tot sijn behoorlijcke luyster en waerdigheyt te brengen, soo ist, dat de magistraet naer 't exempel van andere naerburige steden bij pro[visi]e goet gevonden ende geordonneert hebben, gelijck goet gevonden ende geordonneert wert mits desen, dat alle notarissen, die hier in den Haech ende de jurisdictie van dien woonachtich sijn, binnen den tijt van veertien dagen ter secretarye alhier haere akte van admissie sullen hebben te exhibeeren ende aldaer int residentiebouck haere gewoonlijcke signatuere stellen, omme jegens haerlieder aktens ende passeringen als not(ari)s 't allen tijden behoorlijcke collatie te kunnen werden gedaen, ende diegene, dewelcke volgens haere brieven van creatie tot noch toe geen admissie van den magistraet hebben versocht ende bekomen, dat deselffde binnen den voorsz. tijt in eigenaer persoon ter Camere van Burgemeesteren haere admissie (om hier te mogen practiseeren) sullen hebben te versoucken ende daer naer alsvooren ter secretarye haere signature stellen op peyne, van dat andersints hier-lieder bordekens als not(ari)s sullen werden ingetrocken ende geïnterdiceert haar notarischap alhier te exerceren.
Gedaen ter Camere van Burgemeesteren op den XXVIII juni 1660 ende ten selven dage gearresteert, ende was onderteeckent G. Graswinckel 1660.
Bijlage III: Uittreksel uit de resolutie van de Staten van Holland en Westvriesland van 14 maart 1765

Bij resumtie gedelibereert zijnde op het rapport etc. Is goedgevonden en verstaan het project by dese te approbeeren en te arresteeren op den voet, als het selve hier na volgt geïnsereert.
Poincten, dienende tot elucidatie en ampliatie van de provisioneele ordre, gesteld by de Edele Groot Mog. Heeren Staaten van Holland en Westvriesland op de differenten tussen den Provinciaalen Raade en de magistraat van 's-Gravenhage van dato 27 september 1614.

Articul I. Dat het maaken van etc. (...)
IV.
Dat ten aansien van de visitatie van de protocollen van de notarissen in den Hage en de overbrenging van de selve by versterf of afstand sal gehouden werden deese cijnosuur, dat de protocollen van de notarissen, welke geen akte van admissie van de magistraat van den Hage hebben, sullen onderheevig zijn aan de visitatie van den protonotaris, by den Raade Provinciaal aangesteld, en dat de gemelde protocollen by versterf of afstand dier notarissen ter griffie van den Hove sullen moeten worden overgebragt; dog dat de protocollen van de notarissen, welke by de magistraat van den Hage op derselver versoek zijn geadmitteert, alleen aan de visitatie van de protonotaris, by de magistraat aangesteld, sullen zijn onderworpen en by versterf of afstand van de notarissen ter secretarye van den Hage moeten werden overgebragt, en dat alles meede sonder onderscheid, of de gemelde notarissen op het Hof en de dependentiën van dien, of wel elders in den Hage en de Jurisdictie van dien woonagtig zijn.
En sal extract deeser gesonden werden aan de President en Raaden van den Hove, als meede aan Schout, Burgemeesteren an Scheepenen van 's-Gravenhage om haar respective daar na preciselijk te reguleeren.
(Onderstont)
Accordeert met de voorz. resolutiën.
(was geteekent)
A.v.D. MIEDEN.
Accordeert met zijn principaal, voor zo veel het geëxtraheerde aangaat, by my Secretaris van 's-Gravenhage den 20 Mey 1765.
(was geteekent)
J. STEENIS.
Kenmerken
Datering:
1597-1842
Beschrijving:
Inventaris van de archieven van in 's-Gravenhage geresideerd hebbende notarissen
Auteur:
G.C. Telders
Openbaarheid:
Geheel openbaar
Omvang:
458,375 m¹
Bewerker:
R.A.M. Vernooij
Categorie:
Gevonden archiefstukken
Uw zoekterm komt voor in de titel en/of de kenmerken van deze archieftoegang.
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS